Leven In Steen Afdrukken

Bredevoort, 16-8-2008, bij de opening van de 2e expositie van de Stichting Beeldhouwerij Thorvald.

Is er leven in steen?

Wat zou daarmee bedoeld worden?
Zegt u het maar, ieder van u kan een eigen antwoord geven.
‘Steen’ leeft niet, dat weten we wel, maar toch?

Steen leeft niet, zoals een plant dat doet, of zoals wij als mensen leven, maar we kunnen als mens leven in de steen brengen, door ermee te werken, de steen te bewerken, er een vorm uit te halen, die we erin zien.
Steen is een wonderlijk materiaal: Hard en weerbarstig, je moet je als beeldhouwer schikken naar de steen, kijken en luisteren, wat de steen je te zeggen heeft en welke begrenzingen je moet accepteren. Steen is hard en weerbarstig, maar steen is ook gewillig en dienstbaar: je kunt er alles mee doen. Je kunt het laten vallen, stuk slaan, opensplijten, je kunt er gaten in boren, vlakken in aanbrengen, holbolle vlakken, of vlakken met scherpe hoeken, alles wat je als mens wil, en het is de mens, die dat doet


Maar waarom doet die mens dat?
Omdat hij of zij er iets in ziet! Iets wat in de steen zit, als aanzet. Dat zie je als beeldhouwer, als mens, en je wilt dit zichtbaar maken, je wilt dit eruit halen. De steen drukt dan iets van de mens uit en komt in die zin tot leven. De steen laat iets zien van het menselijke, bv de zachte glooiing van de menselijke lichaamsvormen.

We vinden een beeld mooi, als het ons aanspreekt, als het ons iets te zeggen heeft, als we iets van het menselijke herkennen, vaak niet bewust. We weten dan niet, wat we precies zien of beleven, maar we vinden het indrukwekkend, of alleen maar mooi, of krachtig, of vertederend. Laatst bij het plaatsen van een van de beelden bij de kerk hier vlakbij, zei iemand, dat dit Larvikiet, dat zo hard is, zacht en aaibaar wordt, als het zo glad gepolijst is. Harde steen wordt zacht en aaibaar door de mens, die het met liefde bewerkt.

In een beeld kun je uitdrukken, wat in jezelf leeft, intiem en menselijk tegelijk. Dat heb ik ervaren bijvoorbeeld bij dat grote beeld van Thorvald, dat nu bij de kerk staat, waarbij de steen aan de buitenkant ruw en onbewerkt is gebleven, en juist aan de binnenkant zichtbaar is gemaakt. Dit beeld is van verschillende kanten van buiten naar binnen opengemaakt, zodat er binnenin een binnenruimte is ontstaan, waarin het licht kan binnenkomen, het licht, dat op de gladgepolijste binnenwanden schijnt en de kristallen zichtbaar maakt.

Deze binnenkant is helemaal door de hand van de mens, Thorvald in dit geval, gemaakt. Als ik dit soort beelden zie, dan beleef ik het innerlijk van de mens, met het rijke en intieme gevoelsleven van de mens. Ik beleef dan, dat de maker in deze steen heeft willen onderzoeken en ontdekken, wat er zich in de mens, in hemzelf als mens, afspeelt, hoe dat eruit ziet, hoe dat aanvoelt, hoe dat leeft.

Dus steen kan gaan leven, als een mens, de beeldhouwer zich erin inleeft en uitleeft. Dat kan de kijker, de kunstminnaar dan meebeleven, als hij naar het kunstwerk kijkt.

En een kunstwerk is een kunstwerk, als de maker zichzelf als mens heeft uitgedrukt op een manier, die er eerder nog niet was, een schepping dus.

Paul de Lange