Informatie Afdrukken

Uit de catalogus „STEENSYMPOSIUM“

Marlies Rainer in gesprek met Prof. Andreas Kienlin:

MR: U gaat nu al vele jaren met de studenten van het eerste studiejaar Beeldhouwerij voor meerdere weken naar Noorwegen. Hoe is dat zo ontstaan?

AK: Uitgangspunt was, dat in de beeldhouwerij het werk met ruwe stoffen op de voorgrond staat. Vroeger werd in zandsteen in de Eifel gewerkt. Toen we deze ervaringen wilden uitbreiden, hebben we een plaats gezocht, waar we in hartsteen konden werken. Door mijn contacten in Noorwegen deed zich de mogelijkheid voor, dat wij daar in de steengroeven in Larvik aan stenen konden komen. We mochten nemen, wat wij konden verplaatsen. Dat is een prachtig motief voor de kennismaking met steen. Het was in het midden van de jaren negentig, dat we voor de eerste keer er naartoe zijn gegaan.
……….

MR: En in het voorjaar begint het dan?

AK: Ja, en op deze manier beleven wij tweemaal de lente, eerst in het Reinland en dan begin mei in Noorwegen. We gaan eerst naar Olsby, dat ligt ongeveer 100 km ten noorden van Oslo. Dat is een oude boerderij, die werd omgebouwd tot een zeer eenvoudig zomerverblijf, dat wij kunnen huren. Het ligt vlakbij het MjØsa-meer, midden in het bos. Daardoor is er een zekere afgeslotenheid. Het motto is: werken, slapen en eten. Het is een fantastische gemeenschap, die daar ontstaat. Er gaan ook studenten van oudere jaargangen mee en andere kunstenaars. Wij zijn de enigen, die gedurende die tijd daar wonen. De verdeling van de ruimtes klopt meestal zo, dat ieder daar woont, waar hij wil. De een is meer buiten in de natuur, en een ander in de buurt van de keuken.
............

MR: En hoe begint het werken in steen?

AK: Er wordt een keer een inleiding gegeven over de steen als materiaal. Geologisch, hoe de verschillende stenen eigenlijk zijn ontstaan en welke eigenschappen ze hebben. Voor de eerstejaars studenten doen we eerst een soort vooroefening. Die bestaat eruit om in de omgeving van Olsby een steen te zoeken, die je op de een of andere manier bevalt. We hebben dan een volledig spectrum aan geologische samenstellingen, die je kan waarnemen. Er is bv. de ‘EujeGneis’, de zogenaamde ‘Augengneis’, een veranderde graniet, die rode granietbrokken heeft ingesloten. Die kun je prachtig bewerken. Vorig jaar hebben we als thema gegeven om een soort kleinood te maken. Of we hadden het thema ´bol´ of iets anders. Daaraan wordt eerst geoefend om met de steen te leren werken. Je leert met het materiaal en met gereedschap om te gaan en je verovert basiskennis. Hakken wordt geoefend en wat men verder nog met steen kan doen. Allereerst het handmatig werken met hamer en beitels, dus zonder haakse slijper. Menigeen uit de hogere jaargangen en de andere kunstenaars beginnen meteen met de haakse slijper. Daar wordt al spanning opgebouwd. Maar bij een eerste steen moet je eerst vertrouwd raken met het materiaal, dat gaat beter zonder machines.

MR: En hoe komt men aan de stenen uit de steengroeve?

AK: We rijden in de eerste dagen in kleine groepen naar Larvik, 100 km ten zuiden van Oslo, waar de grote “larvikiet’-steengroeven zijn. Torlund heeft de grootste steengroeve ter wereld en een hart voor kunstenaars. Hij organiseert ook internationale steensymposia. Wij als Alanus Hochschule kunnen stenen halen, zoveel als we bewegen kunnen. Als we daar zijn, verkennen we eerst de bijzondere plaats, deze gigantische ruimte, waar overal stenen liggen. Natuursteen, gezaagde stenen en reusachtige blokken.

MR: Zoekt ieder voor zich dan een steen?

AK: Ja, eerst wordt een opdracht gegeven, een steen te vinden, waarop men spontaan verliefd word.
We gaan dan door de steengroeve heen en zien grote hoeveelheden stenen, en toch is het zo, dat iedere student een tot meerdere stenen vindt, die hij zondermeer wil bewerken. Het doel van het komende werk is dan, de uitdrukking, die men in de steen beleefde, te versterken en deze bijzondere, in beginsel onbewerkte steen boven zichzelf uit te laten stijgen, door hem als een beeldhouwer te bewerken. Aan de andere kant nemen we vele ruwe blokken mee en maken dan in Olsby modellen, die dan later in de steen uitgewerkt worden. Zo kunnen beide richtingen beleefd worden: De steen, die naar een vorm leidt en een model uit een beeld van binnenuit, dat in de steen wordt omgezet.
…………

MR: Leert men ook van elkaar?

AK: Ja, het meeste! De studenten helpen elkaar, overleggen, kijken naar elkaar en beleven gewoon de onderlinge verschillen. We hebben ook zo om de dag beschouwingen en dan komt ieder wel aan de beurt en moet leren, zich te presenteren. Het principe is ook om in de loop van de studie, groepssamenhang te vormen waarin studenten vier jaar samenblijven, zodat men veel van elkaar kan leren. Verschillende beeldhouwcollega’s komen om met hun te werken. Dat geeft een zeer goede leersituatie.
…………

MR: Deze werkstukken blijven dan ter plaatse, hoe is het met de stenen?

AK: De stenen worden in Noorwegen in grote kisten verpakt en voorbereid voor het transport. In Alfter bestaat de opgave eruit, dat dan een tentoonstellingsplaats wordt gezocht. Meestal hebben we al contacten en ideeën, die behulpzaam kunnen zijn, maar eigenlijk moeten de studenten dat zelf doen. En dan komen een week later de stenen. Dat is dan een fantastische belevenis – daar wordt het geheel afgerond.
…………

Uit de catalogus ‘Steinsymposium’ 2008
Uitgegeven door Alanus Hochschule gGmbH
Johanneshof
D-53347 Alfter/Bonn
www.alanus.edu