Publicaties
Klankbeelden / Stilte Momenten Afdrukken

KLANKBEELDEN / STILTE MOMENTEN

Als lid en medewerker van de Stichting Beeldhouwerij Thorvald wil ik graag nog iets zeggen over en n.a.v. de titel van deze expositie.
Op twee van de fotografische beelden, die aan de kastwanden hangen, heb ik een tekst / gedicht geschreven n.a.v. de titel van deze expositie.
Ik zal ze voorlezen.
KLANKBEELDEN

Klankbeelden
Beelden klinken
Klinkende beelden
Stenen beelden
Beelden van steen
Klankstenen
Stenen klinken
Klinkende stenen
Stenen als klinkende beelden
Stenen als klankbeelden

(klanksteen laten klinken)

Stenen kun je letterlijk / fysiek laten klinken, maar stenen kunnen ook gaan klinken als je zwijgt en luistert naar het beeld.

 

STILTE MOMENTEN

Momenten van stilte,
Stille beelden,
Beelden klinken in de stilte,
Stilzwijgende beelden,
In het moment van de stilte
Klinkt het beeld.

De laatste zin geeft weer, wat wij met deze expositie willen vertellen:

‘In het moment van de stilte klinkt het beeld’

De beelden zeggen zelf niets, of het nu een beeld van steen is of een ander beeld, een fotografisch beeld of een muzikaal beeld, het zijn zwijgende beelden.
Maar ze kunnen je aanspreken, ze kunnen gaan klinken (zoals dit bij uitstek bij muziek het geval is), ze kunnen gaan klinken, als je luistert, als je zelf even zwijgt.
De beelden zwijgen, en als ik/jij zwijgt en luistert, dan kan het beeld wat gaan zeggen, dan kan het gaan klinken.

De laatste jaren ben ik de beelden van Thorvald gaan fotograferen, en vooral details van de beelden spraken mij aan, en bij verrassing leverden dit nieuwe beelden op, miniaturen, werelden op zich. Ik zoom graag in op details, bij wijze van ‘ergens ingaan’, dichterbij komen, kijken, waar het nog onbekend is, nog ongezien gebleven is. En dan zie je een nieuw geheel, een nieuwe wereld, een nieuw beeld verschijnen. Deze beelden hebben mij geïnspireerd tot teksten en gedichten, die iets zeggen over wat er, bijvoorbeeld voor mij, te zien is.

Met Pinksteren was ik een kleine week in Noorwegen te gast bij Thorvald om mee te maken, hoe er gewerkt wordt in dit hardsteen, larvikiet. Ik heb gezien hoe ze dagelijks werken, hakken, met machines bezig zijn, boren, zagen, polijsten, een ook, hoe het dagelijkse leven verder is: eten, slapen, praten met elkaar, over het werk, over ideeën, over levensplannen.
En ik heb zelf ook aan een beeld gewerkt, een grove vorm uitgehakt. Het is nog niet klaar.
Dat is een hele zoektocht: je begint met een steen, je kiest een steen, waar je wat in ziet. Je hebt dus wel een idee, maar nog niet concreet. Je begint en je probeert je idee te realiseren,
je wordt enthousiast en je loopt er ook in vast, moet afstand nemen, kijken, praten, hoe verder? Soms (vaak) niet wetend hoe verder.
Het is zwaar en intensief werk, fysiek, maar misschien nog wel meer mentaal en emotioneel: je komt jezelf tegen: je merkt, dat je niet zomaar een idee kunt realiseren. Van alles kan in de weg gaan zitten, om je doel zichtbaar te maken, een resultaat neer te zetten, dat klinkt, dat instemt met je idee, met het idee.

Ik zag bij Cilli die kop liggen in het gras.
Ze had hem terzijde gelegd, op de grond in het gras, zoals je daar op de foto ziet.
Het was nog niet af, of ze wist niet, hoe ze ermee verder kon werken, was er nog niet tevreden over, ik weet het niet.
Ik fotografeerde het beeld op een manier, die mij inspireerde tot het gedicht, dat er nu bij staat. En zo wordt het weer een nieuw beeld.

 

Pinksteren

Dat nu ontstaat
Wat al zo lang gaat,
Maar wordt herschapen
Door wat wij bijeenrapen,
Hierin de vlam kan slaan
En wij opnieuw spreken gaan.

Ik hoop, dat u ook allerlei inspiraties opdoet als u de beelden ziet, als u de beelden, die hier en buiten op u laat inwerken. De beelden, die hier staan is slechts een klein deel van wat de afgelopen maanden is gemaakt in Noorwegen. Het is dus allemaal nieuw werk.
Ik hoop, dat ze voor u gaan klinken, iets teruggeven of laten zien van wat erin is gelegd door de beeldhouwkunstenaars, die hier aanwezig zijn.

 

Paul de Lange
Bredevoort, 27-8-2011

 
Opening 2011 Afdrukken

Openingstoespraak Bredevoort 27-08-2011:

Klankbeelden / Stilte Momenten

Een groep Nederlandse en Duitse kunstenaars hebben in Noorwegen gebeeldhouwd in het Noorse hardsteen Larvikiet.
De titel lijkt zo logisch, poëtisch gekozen, maar als je er bij stil staat bevreemd het: Hoezo klankbeelden, welke klanken dan, en hoe valt dat te rijmen met ‘Stilte Momenten?’
De Aaltense Musea was er begin dit jaar de tentoonstelling ‘Sprekende Stenen’. Ik was toen net begonnen als directeur. Het ging daar niet om kunstwerken maar om fossielen, stenen en mineralen. Prachtige kleurrijke edele stenen. Maar spreken? Ze waren geslepen of geopend, zowel groot als klein; verzameld door mensen met veel passie voor de objecten. Zij brachten de stenen tot leven. Ze vertelden ons mooie verhalen over de herkomst en het ontstaan.
De behoefte aan die klanken -dat spreken van de stenen; het verhaal halen uit de stenen- waar komt dat toch vandaan? Ik heb me er over gebogen en kom tot enkele mogelijke antwoorden (moet het natuurlijk ook de kunstenaars zelf nog vragen).

  1. De titel is gekozen om aandacht te trekken. „He daar, dat dacht je wel, maar heus, dit gesteente is niet dood!” Wat wil zeggen: „Kijk en bemerkt dat het de moeite waard is”. Want, kijken wij nog wel? Gaan we in ons jachtig bestaan niet veel te snel aan de dingen voorbij in plaats van af en toe pas op de plaats te maken, te genieten van hetgeen er is in de natuur en de cultuur. Kijk toch, zie en besef!
  2. Of is het vanwege de werking van gesteente dat je doorgang biedt en voert naar een andere wereld als je je daar voor open stelt? Die klank en tegelijkertijd de stilte, suggereert toch iets van een mystieke tegenstelling die wij vanuit een heel intieme ervaring moeten scherpstellen. Van het beeld naar je zelf; een soort van uitwisseling kijken en, overpeinzen, meditatie.
  3. Of is het de magische kracht van de steen zelf. De miraculeuze genezingen in Lourdes in de grot. Bredevoort heeft zijn eigen Lourdes met grot. De geneeskrachtige werking kan ook van het gesteente uitgaan, in ieder geval kan het een bijdrage leveren.

Steen en verhalen, betekenis, magie en bijzondere krachten.
De traditie gaat lang terug. De eerste berichten van mensen over zich zelf werden op

gesteente vastgelegd: de grotschilderingen in de grotten van Lascaux. De tekeningen gaan over het dagelijks leven, toen vooral over leven en de dood. Het geeft ons een beeld van de tijd. De pracht van de tekeningen geven ons meer dan alleen dat. Kent u de Venus van Willendorf?Venus van Willendorf Uit dezelfde tijd, iets later 30-35.000 jaar voor Christus. Dat kleine beeldje komt uit de alleroudste oudheid en vertelt ons hoe men hechtte aan het leven en de vruchtbaarheid, tenminste dat denken wij er van af te kunnen lezen.

 

Steen om te vertellen van het dagelijks leven.
Steen ook om te overleven; de speerpunten, inderdaad van hardsteen, vlijmscherp gemaakt.

Ik denk dat in alle drie de opties (de verleiding te kijken, de meditatie en de traditie) wel kernen van belang zitten. Zij geven samen de diepte en de breedte van het materiaal aan. Daar bovenop leggen we nog onze eigen betekenis en ontdekken van wat het ons doet. Dat ga ik net als u straks doen want ook voor mij zijn deze werken nog onbekend.

Ik ben doorgaans terughoudend bij vragen tentoonstellingen te openen, maar sta hier vanwege:

  • het initiatief zelf;
  • het met elkaar werken (als studie als inspiratie);
  • het meester en gezel principe spreekt mij aan;
  • de uitwisseling over de grens; vind ik belangrijk;
  • de route en de beleving daarvan (er is veel te beleven in Bredevoort!);
  • het samen doen en actief beleven, de uitwisseling door kunst en cultuur.

Allemaal zaken die ook belangrijk zijn voor de Aaltense Musea. Deze vertellen verhalen van een ‘doorsnee’ gemeenschap in gewone en ongewone tijden. Dat vertellen we op heel verschillende manieren. Kunstenaars kunnen ook bijdragen aan dat verhaal. Ik zou ze - bij gelegenheid - willen uitdagen met een thema aan de slag te gaan. Passend bij de wijze van het vertellen (interactief), met materiaal uit onze omgeving en met verhalen van de regio, direct aansluitend bij de thema’s van het museum:

  • de textiel- en hoornindustrie;
  • de euregionale- agrarische ontwikkeling;
  • het thema van Markt 12 Museum: vrijheid, onderdrukking en verzet

Terug naar deze tentoonstelling, de route en het steen, de klankbeelden en de stilte momenten.
Ik las over het steensymposium in Noorwegen waar ter plekke wordt gewerkt. Dat is bijzonder, direct op locatie, met materiaal van de plek zelf, samenwerken en dit omvormen naar iets anders, door de mens gemaakt. Het geeft een extra dimensie die beleving van het maken zelf. In Amersfoort vond begin jaren 80 een ‘beeldhouwersymposium’ plaats in de open lucht. Dat was een enorm publiek succes, omdat men de kunstenaars aan het werk kon zien en zelfs spreken.
Koningin Beatrix kwam er ook, we kennen haar als een kunstminnende ingewijde met recht van spreken: ze is immers zelf ook geen onverdienstelijk beeldhouwster!

Kortom: beeldhouwers die werken met hardsteen werken vanuit een zeer lange traditie, en bevinden zich in goed gezelschap. Het vertellen van de verhalen is van alle tijden, van betekenisvolle beelden en vooral van aansluiting bij wat nu belangrijk is.

Ik hoop dat de tentoonstelling een succes is en dat de beelden gaan spreken voor dat brede publiek dat u wilt bereiken. Ik wens u in ieder geval een plezierige wandeling toe met veel verhalen, overdenkingen, krachten en bovenal persoonlijke ervaringen.

Gerda Brethouwer.

 
ANSCHAUEN MIT DEINEN HÄNDEN Afdrukken

ANSCHAUEN MIT DEINEN HÄNDEN

Ich kann mich erinnern, dass das früher nicht erlaubt war.

Als Kind wollte ich alles berühren und anfassen, aber in dem Laden war das nicht erlaubt.

Dann sagte die Verkäuferin: „Nicht anschauen mit Deinen Händen“.

Bei dieser Skulpturenausstellung wollen wir gerade dazu ermutigen, mit den Händen anzuschauen.

Denn wenn man findet, dass diese Skulpturen eine schöne Form haben, und wenn die blauen (oder schwarzen oder manchmal grünen) Kristalle die Augen verzücken, dann kann schon der Wunsch oder das Verlangen aufkommen, sie zu berühren oder mit den Händen anzufassen oder mit der Hand zu streicheln, zu fühlen wie glatt es ist, oder wie zart es sich anfühlt. Oder zu fühlen, wie die Krümmung oder Wölbung von einer Fläche verläuft.

Wenn man mit den Händen betrachtet, kann man die Augen eigentlich schliessen. Mit geschlossenen Augen kann man besser fühlen. Dann verbindet man sich damit. Man überlässt sich völlig seinen Fingern, seinen Händen. Dann vereint man sich mit dem Stein, mit der Oberfläche. Man bewegt sich dann hinein in den Stein, man dringt durch die Oberfläche hindurch.

Den Wunsch sich innig zu vereinigen kann jeder Mensch erkennen. Ein anderes Wort dafür ist Liebe. Bei der Berührung erreicht dieses Verlangen eine tiefe (sichere) Erfüllung, eine Befriedigung. Man verbindet sein – isoliertes – Selbst mit einem übergeordneten Ganzen.

Gerade am Harten, Physischen treffen wir auf das Spirituelle, das Göttliche. Berühren ist Trennung und Verbindung zugleich (Novalis). Wir können oft nicht viel darüber sagen, jedoch zumeist wohl dass wir es „schön“ finden, dass es eine „schöne Erfahrung“ ist, und dann sagen wir zueinander: „Schön, nicht wahr?“

Wir teilen die Erfahrung miteinander. Schön ist das.

Paul de Lange

 
Openingstoespraak 2010 Afdrukken

Openingstoespraak 28-8-2010

Dames en heren,
Stilzwijgende taal in steen; taal in steen; in steen; steen. Steen!
In de Kerkstraat in Bredevoort ligt wat nonchalant bij een oprit een laatmiddeleeuwse brok zandsteen. Tot voor kort kon geen mens de zwijgende taal van deze steen tot spreken brengen. De gebeitelde gotische letters vormden een raadsel. Wat stond er op? Waar kwam die steen vandaan? Wat had de mensen toen bezield om een steen te bewerken en er woorden op aan te brengen? Na enig puzzelen, onderzoek en aannames, die op de historie van Bredevoort stoelen, staat er op dit zandstenen fragment: Lintell. De steen zo nemen we aan, is een fragment van de gedenksteen die eens boven de toegangspoort van het laatmiddeleeuwse klooster Nazareth of Schaer prijkte. Derck van Lintelo was immers in 1429 de mede stichter van dit klooster van de mannen Devotio Modera*) en de annalen vermelden, dat zijn naam de toegang tot het kloostercomplex markeerde. Het klooster werd rond 1600 met de grond gelijk gemaakt en stenen die herinnerden aan het klooster waren in de toen heersende doctrine, gevaarlijk. Het fragment is bij het uitbaggeren van de naburige Schaersbeek gevonden.
Stilzwijgende taal in steen, het zwijgen tot spreken brengen, want taal is communicatie, maar de communicatie met een steen vereist minstens openheid, inspanning, arbeid en zweet. Wat heeft de mens toch met stenen? Heel veel. Toen in onze traditie-verhalen God de wateren scheidde en het droge land te voorschijn kwam en de mens er voet aan wal zette, begon zijn relatie met stenen. Er is geen enkele belangrijke cultuur, die niet haar wezenlijke trekken uitdrukte en uitdrukt door in steen te hakken, aan steen vorm te geven, naar men hoopte en hoopt blijvend, voor altijd. Stenen belichamen de onvergankelijkheid, het blijvende, dat wat niet voorbij mag gaan in de stroom van de tijd en in de erosie van de elementen. Het vluchtige wonder van de schepping, waarin sommige (en er waren tijden dat velen dat vonden) Gods aanwezigheid vermoeden en ervaren, daagt de mens uit grensstenen uit te hakken, markeringspunten neer te leggen in onvergankelijke steen.
We begrijpen veel, zo denken we, we kunnen veel verklaren en bewijzen, maar in de grote gang van tijd en ruimte met ons ruimteschip ‘Aarde’, voelen we in onze beste momenten dat ons veel geschonken is als een cadeau. De kunst is het om dat cadeau uit te pakken.
Kunstenaars, beeldhouwers die Larvikietsteen in het verre Noorwegen als cadeau uit pakken met zagen, hamers, beitels, slijptollen en met wat al niet meer, weten dat de stilzwijgende taal van het wonder van de schepping, blootgelegd moet worden. Eigenlijk is het een zeer devoot werk, want de steen is sterk, weerbarstig. Volharding, pijnlijke handen, stof en zweet, zij ontsluieren de taal in de vorm die al opgesloten zat in de steen, die eens uit de diepte van de aarde kwam.
Alanus ab Insula, Alanus van Rijssel, is de naamgever van de Hochschule in Alfter bij Bonn. Studenten van deze Hochschule droegen bij aan het tot spreken brengen van de zwijgende taal in steen. Een van de spreuken van Alanus, de theoloog uit de 12e eeuw, luidt: God is als een begrijpelijke bol, waarvan het middelpunt overal is en wiens omtrek nergens. Kunstenaars, zieners in steen, horen bij dat scheppende middelpunt.
Een schone stenen sculptuur, zonder de andere tekort te doen, vind ik  ‘Weerzien’ of Wéér- zien. Het ligt er maar aan waar je de klemtoon legt. Een vorm in steen, uitgepakt door de steenhouwer, die een wezenlijke behoefte van het mens-zijn uitdrukt: Weerzien; Wéérzien.
In onze huidige cultuur is er nogal sprake van verslonzing. Het oppervlakkige, het triviale, het platvloerse worden als hoogste verworvenheden gepredikt. Alanus draait zich om in zijn graf in het klooster Citeaux. Hij zag het ware menselijk leven in harmonie met het geschenk van de schepping, eerst ontstaan, als de mens, het klink ouderwets, weer deugden ontwikkelt, die hem geschikt maken voor de inwoning van de schepper om zelf schepper te worden. Hij vergelijkt de deugdzame mens met een vesting. Het zou de vesting Bredevoort kunnen zijn. De vesting is opgebouwd met deugden als deemoed ( de vestingwal), met standvastigheid (de muren van steen), met moed (de torens), met kracht van Geest (het bolwerk). Het zijn naar mijn mening mede deugden die nodig zijn om de zwijgende taal in steen tot spreken te brengen.
Ik sprak al over het devote werk van de steenhouwer. Het zijn geen schreeuwers in oneliners, maar meer naar ingetogenheid en zwijgen neigende mensen, die in de stilte van dat zwijgen de zwijgende taal in steen horen en er stem aan geven. In die stenen met de zwijgende taal licht het Larvikiet blauw op, vooral daar waar gepolijst is om zo de overgang van schepping en oervorm te markeren. Het is een daad met culturele diepte. Deze steenhouwers zijn de ontsluieraars van de kleur van de aarde: het blauw met de taal die je moet weerzien of wéérzien.
Bredevoort kent Bredevoort Boekenstad. Het afgeschreven gesloten boek, waarin de taal tot zwijgen is gekomen, vraagt om een lezer die het kaft opent en aan de woorden nieuw leven schenkt.
Bredevoort kent het atelier van Thorvald Dudok van Heel in het oude pand aan de Koppelstraat. Een atelier dat het medium steen, Larvikiet, gebruikt om wat ogenschijnlijk en ‘oorschijnlijk’ niet hoorbaar en leesbaar is, te openen. Verstilde communicatie. Onze tijd vol rumoerige zgn. communicatie heeft dat nodig. Bredevoort heeft dat nodig.
Ik open daarom devoot deze expositie ‘Stilzwijgende taal in steen’. En wens u toe, devoot en verstild, het geopende boek van larvikietsteen met uw aandacht te verrijken. Uzelf te verrijken vooral. Gefeliciteerd Thorvald Dudok van Heel, de stichting en alle deelnemende kunstenaars. Gefeliciteerd ook Bredevoort.

Hans de Graaf

Openingstoespraak 28-8-2010 bij de beeldententoonstelling

 
Kijken Met je handen Afdrukken

Ter gelegenheid van de opening
Van de expositie ‘Kijken met je Handen’
Stichting Beeldhouwerij Thorvald
Gehouden van 15-8 t/m 21-9 2009
te Bredevoort

 

KIJKEN  MET  JE  HANDEN

 

Ik herinner mij, dat dat vroeger niet mocht
Als kind wilde ik alles aanraken en vastpakken,
maar in de winkel mocht dat niet.
Dan zei de winkeljuffrouw: ‘niet kijken met je handen’.
Bij deze beeldententoonstelling willen we u juist aanmoedigen
om met de handen te kijken.
Want als u vindt, dat deze beelden een mooie vorm hebben,
en als de blauwe(of zwarte of soms groene) kristallen uw ogen strelen,
dan kunt u de behoefte of een verlangen voelen opkomen om het aan te raken,
met de handen vast te pakken en met uw hand te strelen,
te voelen, hoe glad het is, of hoe zacht het aanvoelt.
Of te voelen, hoe de kromming of bolling van een vlak verloopt.
Als je kijkt met je handen, kun je je ogen eigenlijk dicht doen.
Met gesloten ogen kun je meer voelen.
Dan verbind je je ermee
Dan laat je je vingers, je handen het werk doen.
Dan verbind je je met de steen, het oppervlak.
Je gaat dan in de steen, je dringt in het oppervlak door.
Dit verlangen om je te verbinden kan ieder mens herkennen.
Een ander woord hiervoor is liefde.
In de aanraking komt dit verlangen tot een zekere vervulling, bevrediging.
Je verbind je –afgescheiden- zelf met een groter geheel.
Juist aan het harde, fysieke, ontmoeten we het onstoffelijke, Goddelijke.
‘Aanraking is scheiding en verbinding tegelijk’. (Novalis)
Veel kunnen we er vaak niet over zeggen, maar meestal wel, dat we het ‘mooi’ vinden,
dat het een ‘mooie ervaring’ is,
en dan zeggen we tegen elkaar: ‘mooi hè’?
We delen de ervaring met elkaar.
Mooi is dat.

Paul de Lange